Lezing: 200 jaar Napoleonsbaan

26 oktober 2017, van 20:00 tot 22:00 | de engelbewaarder tiendvrij 18 te Baarlo

TWINTIG JAAR WEGENBOUWBELEID IN HET DEPARTEMENT VAN DE NEDERMAAS

Het onderwerp van deze lezing is de ontwikkeling van het wegennet in de periode
1794 – 1814 in het Département de la Meuse Inférieure. Dit Departement
Nedermaas omvatte zo ongeveer de huidige Nederlandse en Belgische provincies
Limburg. Het was het deel van het huidi­ge Nederland dat het eerst door
Frankrijk gean­nexeerd werd. De ideeën van de Franse revolutie werden door de
Franse ambtenaren in het departement in de praktijk gebracht. Dit leidde voor
de bevolking tot ingrijpende veranderingen in het dagelijks leven. Maar ook verbetering
van de infrastructuur was voor de Fransen een belangrijk punt van aandacht.

 

In 1802 beschreef de Franse wegenbouwingenieur Cavenne de toestand van de Limburgse
wegen. Hij vond dat de bestaande verharde wegen in redelijke staat waren. Maar
over de structuur van het wegennet was zijn oordeel negatief. Behalve tussen
Tongeren en Hasselt waren er geen verharde hoofdwegen tussen de steden in de
Nedermaas. Het arrondissement Roermond, dat eenderde van de oppervlakte van het
departement besloeg, kende zelfs helemaal geen straatwegen. De hoofdstad
Maastricht was geïsoleerd van de rest van het departement waardoor handel en
economische ontwikkeling niet goed op gang konden komen. Cavenne legde de
schuld hiervoor bij de talrijke soevereinen die vóór de Fransen deze gebieden
bestuurden. Hun tegengestelde belangen hadden de verbetering van het wegennet
onmogelijk gemaakt. Het Franse bestuur had de staatkundige verbrokkeling beëindigd
en zag het nu als taak ook de infrastruc­tuur te verbeteren.

Naast economische had de Franse overheid ook militaire motieven voor de wegenbouwplannen.
Het departement van de Nedermaas grensde in het noorden aan de Bataafse Republiek en in het oosten was het niet
ver verwijderd van de Rijngrens met Pruisen. Maar die rivier was niet van forten
voorzien en daarom was de Maas met de vestingen Venlo en Maastricht een
belangrijke verdedigingslinie. Deze Maasves­tingen dienden in oorlogstijd als
uitvalsbasis voor Franse legers.

 

De belangrijkste te bouwen wegen waren de nieuwe west - oost verbinding
Sint-Truiden - Tongeren - Maastricht - Gulpen - Aken en de zuid - noord
verbinding Maastricht - Venlo via Maaseik: de Napoleonsbaan. Zo wist de Franse
overheid een blijvend stempel op het Limburgse wegennet te drukken.

 

Guido Corten (Maastricht, 1958) studeerde geschiedenis in Sittard en Utrecht.